THE OXFORD COMPANION TO THE MIND

Gert-Jan C. Lokhorst

1987

G.J.C. Lokhorst. Recensie van R. L. Gregory, ed., The Oxford companion to the mind. NRC Handelsblad, Zaterdags Boekenbijvoegsel, p. 4, December 19, 1987. ISSN 0002-5259.

Al jaren werd er reikhalzend naar uitgezien en nu is hij eindelijk verschenen: de Oxford Companion to the Mind, geredigeerd door de twee eminente psychologen Gregory en Zangwill. Het is een kloek boekwerk geworden dat niet duur is voor zijn gewicht; maar de inhoud blijkt een wonder van onevenwichtigheid te zijn.

Dit begint al met het eerste trefwoord, "abacus". Wat hebben telramen met de geest, de psychologie, de filosofie of de neurologie te maken? "Het feit dat ze zo nuttig zijn suggereert dat onze geest volgens andere principes werkt dan telramen", zo zegt de schrijver; "net zoals we geen schroevendraaiers zouden hoeven gebruiken als onze vingers schroevendraaiers waren". Maar dan zou ieder werktuig dat ooit gemaakt is wel in het boek kunnen worden opgenomen. Het laatste trefwoord, "Zeno", lijkt al evenmin op zijn plaats; het enige dat de paradoxen van Zeno (Achilles en de schildpad en dergelijke) met de psychologie hebben uit te staan is dat ze je aan het denken zetten. Maar er is maar weinig waarvoor dat niet geldt.

Zo gaat het hele boek door: er trekt een bonte parade van de meest verbazingwekkende onderwerpen voorbij die we nooit in een boek met deze titel hadden verwacht. Ik heb nog nooit zoveel levensbeschrijvingen van Perzische en Arabische Soefi-dichters bij elkaar gezien, met anecdotes en al. Een voorbeeld: toen Jami (1414-1492) op zijn sterfbed lag en de voorlezers uit de Koran binnenkwamen zei hij: "Wat is het hier een herrie! Kunnen jullie niet zien dat ik dood lig te gaan?" In tegenstelling tot deze middeleeuwers zijn Proust en Joyce in het hele boek niet te vinden, hoewel zij voor de psychologie stellig interessanter zijn. De Engelse televisie-astronoom Patrick Moore blijkt onder het hoofdje "Thinkers, independent" wel héél erg onafhankelijke denkers te hebben opgenomen: mensen die geloven dat de aarde hol is, geen zuidpool heeft, bezocht wordt door vliegende schotels, en door een spoedbijeenkomst van het Interplanetaire Parlement (op Saturnus) onlangs is behoed voor een aanval door vis-mensen van de andere kant van de Melkweg!

Waar komt de uitdrukking "as mad as a hatter" vandaan, en wat betekent "hermetisch"? Hoe is de ontwikkeling van het Chinese schrift nu eigenlijk in detail verlopen? Het is allemaal in het handboek te vinden. We krijgen ook nuttige adviezen: zo lezen we in één van de vele stukken over het paranormale dat een grondige studie van de fenomenologie van Husserl de beste voorbereiding vormt voor dit lastige vak. Naar omvang van de bijdragen gerekend blijkt de belangrijkste onderzoeker van de geest Freud te zijn geweest, direct gevolgd door Wittgenstein, Roger ("split-brain") Sperry en Bertrand Russell; Kepler (!) en Galilei (!) worden echter ook niet vergeten. Maar misschien is de omvang van de ingang niet de beste graadmeter voor iemands belang als onderzoeker van de de geest: een aanzienlijk gedeelte van het artikel over Wittgenstein gaat over zijn filosofie van de logica en de wiskunde, wat natuurlijk nogal weinig met het mentale te maken heeft.

Van zulke monstruositeiten wemelt het in het compendium, en dan hebben we de verhandelingen over goede tafelmanieren, militaire incompetentie, astrologie en levitatie nog overgeslagen. Het boek levert werkelijk voor elk wat wils, tenminste als men tevreden is met informatie die men niet zoekt; want wat men wèl zoekt is vaak niet te vinden, of alleen onder onverwachte trefwoorden. Zo uitgebreid als het boek ingaat op gedachtenlezen, zielsverhuizing en theologische kwesties, zo summier is het over de cognitieve psychologie, het onderzoek naar kunstmatige intelligentie en moderne netwerk modellen van de hersenen (er staat geen letter over het connectivisme in). Eén van de belangrijkste onderwerpen uit het tegenwoordige hersenonderzoek, de specialisatie van de twee hersenhelften voor verschillende functies, wordt niet onder een apart trefwoord behandeld. In het artikel over methoden om plaatjes van de hersenen in actie te maken ontbreekt de Zweedse techniek om de plaatselijke doorbloeding van de hersenen door middel van in het bloed ingespoten radio-aktieve stoffen te meten. Het register is onvolledig (Molyneux ontbreekt, hoewel hij zelfs wordt geciteerd in de tekst). En zo kunnen we nog lang doorgaan; het resultaat is dat het vinden van iets dat je zoekt op het laatst net zo verbazend is als het stuiten op het zoveelste trefwoord dat niet terzake doet.

Toch is het compendium niet alleen maar slecht. Er staan uitstekende stukken in over waarneming en illusies (Gregory's specialiteit), heldere beschrijvingen van de basisfeiten van de anatomie en fysiologie van het zenuwstelsel, een paar goede filosofische opstellen en verder natuurlijk een massa psychologie, waarbij coryfeeën als Ayer, Laing, Luria en Skinner soms zelf de pen hanteren; zo krijgt men toch veel waar voor de prijs van twee of drie paperbacks. Het probleem is alleen dat de irrelevante terzijdes het goede vaak aan het oog onttrekken. Misschien zullen de volgende drukken van de Companion evenwichtiger zijn. Maar dit zou aan de andere kant ook jammer zijn: juist door de vele korte stukjes over onverwachte onderwerpen is deze encyclopédie manquée nu prima bedlectuur geworden, waarmee men glimlachend in slaap kan vallen. Een échte encyclopedie van de geest zou hier waarschijnlijk heel wat minder geschikt voor zijn.


Previous | Up | Next

gjclokhorst@gmail.com || July 17, 2015 || HTML 4.01 Strict