KINDERSPELLETJES?

Gert-Jan Lokhorst

1982

G.J.C. Lokhorst. Recensie van L. M. Savary en M. Ehlen-Miller, Volledig denken: wisselwerking tussen geest en hersenen. Intermediair, 18 (8): 53, February 26, 1982. ISSN 0020-5605.

Dit boekje is bedoeld als leidraad om tot een `integratie van de diverse afzonderlijke aspecten van het denken' te komen. Volgens de auteurs bestaan er allerlei `polariteiten' in de mens; voor zover mogelijk geven ze deze een anatomische basis in de hersenen, waarna ze `speelse en plezierige' oefeningen geven om hen te overwinnen.

De belangrijkste innerlijke tegenstelling zou die tussen de rechter en de linker hersenhelft zijn. De eerste zou de intuïtieve, de tweede de rationele kant van de mens vormen. Dit gedeelte van het werkje is, hoewel niet origineel, relatief het meest interessant. We moeten het echter niet bijzonder serieus nemen. De auteurs geven zelf toe dat de wetenschappelijke feiten slechts in de richting van hun opvattingen wijzen en dat zij zijn aangevuld met hun persoonlijke ervaring. Maar dit is nog een understatement, want in werkelijkheid geven zij een karikaturale voorstelling van de feiten en vult hun `ervaring' dit aan met uitspraken die gewoonweg foutief zijn, zoals dat de rechter hersenhelft `vrouwelijk' is en de linker `mannelijk' (het is eerder andersom). Het is trouwens misleidend om van een `polariteit' tussen de hersenhelften te spreken. Er bestaan verschillen, maar zij zijn slechts van beperkte, kwantitatieve aard en mogen niet over één kam worden geschoren met allerlei onderscheidingen die we al kennen.

In het vervolg van het werkje wordt deze polariteit met allerlei andere, die nog slechter gefundeerd zijn, gecombineerd. Volgens een theorie van Jung zijn er maar liefst acht denkwijzen, vier mannelijke en vier vrouwelijke. Ook deze moeten we integreren, willen we van onze gehele geest gebruik maken. Helaas verzuimen de auteurs ons de neurologische basis van deze acht denkstijlen mee te delen. Wel wordt er nog op gewezen dat er twee verdiepingen in de hersenen zijn, die van de hersenhelften, en een lagere, de hersenstam. Het lagere niveau zou verantwoordelijk zijn voor allerlei onbestemde angstgevoelens, gevoelens van existentiële eenzaamheid en leegte, onbewuste instincten enz.

Ook hier is er natuurlijk weer de `uitdaging' om het één en het ander te integreren.

Hoe men dit moet aanpakken wordt duidelijk gemaakt met een grote reeks oefeningen die door de tekst zijn verspreid. Deze zijn verrassend gemakkelijk. (Een voorbeeld: `Stel je voor dat je aan zee zit. Bedenk een spelletje dat je met zand, water, stokken en schelpen kunt doen.') Maar dit is natuurlijk het grote bezwaar eraan: de spelletjes zijn allemaal zo voor de hand liggend en kinderachtig dat men zich mag afvragen of ze wel tot het beoogde resultaat leiden, en of titels zoals `Negen wegen die naar creativiteit leiden' niet wat al te pretentieus zijn. Het gehele karakter van het boekje is trouwens uitgesproken kinderachtig. Er komt bijvoorbeeld bijna geen zin in voor zonder het woord `je', en ik heb inderdaad meermalen naar aanwijzingen gezocht of het niet werkelijk voor kinderen bestemd was.

Ten slotte moeten we de vraag stellen: is he `volledig denken' zoals het in dit boekje wordt gepropageerd een wenselijke zaak? Volgens de auteurs leidt het tot `andere evolutionaire toestanden van intercommunicatie, waaronder telepathie, gedeeld liefdebewustzijn en het verplaatsen van bewustzijnscentra in andere personen.' Dit moge waar zijn; maar voorlopig zullen we op het boekje zelf moeten afgaan, en als dat een voorbeeld is van waar `volledig denken' toe leidt, dan vormt het zelf de beste reclame ertegen.

Drs. G. J. C. Lokhorst, Wetensch. ass., Centrale Interfaculteit, Erasmus Universiteit Rotterdam


Previous | Up | Next

gjclokhorst@gmail.com || July 17, 2015 || HTML 4.01 Strict